Opdrachtgever
Rijksvastgoedbedrijf
Adres
Turfmarkt 147 Den Haag
Programma
140.000 m² Kantoren, auditorium, restaurant, shops, parking
Ontwerp
Hans Kollhoff & Alexander Pols
Status
Opgeleverd in 2013
Het ontwerp is een combinatie van een gesloten bouwblok, de meest voorkomende typologie in Den Haag, en hoogbouw. Door het plot zijn 'zichtlijnen' getrokken vanuit de historische binnenstad en vanaf de andere zijde die met spoor en snelweg de entree vormt van Den Haag: vanuit deze plekken zijn de torens als lossen gebouwen te zien waardoor het volume kleiner oogt dan het daadwerkelijk is.
Het gesloten bouwblok wordt doorsneden door de zichtlijnen waarin de trapeziumvormige restruimte op natuurlijke wijze aan de Turfmarkt ruimte biedt voor een tuin en een atrium. Zowel de tuin als het atrium zijn vrij toegankelijk voor publiek en bieden tevens een alternatieve looproute door het bouwblok naar de achtergelegen woonwijken.
De 150 meter hoge torens presenteren zich aan de stad met dragende pilastergevels uit baksteen (Binnenlandse Zaken) en wit graniet (Justitie). Via de tuin betreedt men het vier verdieping hoge publieke atrium dat de spil vormt en toegang biedt tot liftkernen van de beide torens.
Begane grond
Torenplattegrond
Begane grond
Torenplattegrond
In de onderbouw zijn gezamenlijke functies voor beide ministeries ondergebracht zoals restaurant, vergaderzalen, bestuurslaag, het Nationale Crisiscentrum en een daktuin. In de torens zijn open en flexibel indeelbare kantoorvloeren gemaakt. Bovenin de torens bevinden zich de conferentieruimtes en skylounge van waaruit men een grandioos uitzicht heeft over de Noordzee en het weidse (stad-) landschap.
Publieke trap aan het atrium
Lifthal toren
Publieke trap aan het atrium
Lifthal toren
De betonvloeren dragen van gevel naar liftkern waardoor de plattegronden flexibel indeelbaar zijn. De torens zijn gebouwd met een traditionele, in het werk gestorte betonkern en een volledig geprefabriceerde gevel. Door gebruik te maken van een klimloods kon onder alle weersomstandigheden worden gebouwd.
Er is gekozen voor een nog niet eerder vertoonde combinatie van stadsverwarming, warmte- en koudeopslag in de bodem en betonkernactivering met lage temperatuur in de vloeren. Zo kon het Rijksvastgoedbedrijf -in zijn voorbeeldfunctie voor bouwend Nederland- een voor die tijd extreem lage energieprestatie-coëfficiënt realiseren.